Interview met Jolanda Linschooten

Wie is Jolanda Linschooten en welke korte en lange avonturen heb je beleefd?
Ik ben fotograaf en auteur, tevens beroepsavonturier en ultraloper. Ik vind het een magische uitdaging om in woord en beeld te delen wat ik daarbuiten tegenkom. Dat kan in reportages (National Geographic Traveler, OpPad, Runner’s World) en boeken, maar ook in multimediapresentaties waarin ik ook filmmontages verwerk. Of soms via een persoonlijke clinic of cursus, zoals straks in november een fotoreis rond het Noorderlicht op de Lofoten.


Sinds 2000 werk ik freelance voor mijzelf maar al voor die tijd maakten Frank van Zwol
en ik lange tochten door ruige gebieden. Alle korte en lange tochten opnoemen zou iets teveel van het goede zijn, maar enkele gedenkwaardige zijn:
-Trans-Alaska (2 maanden met Frank samen op eigen kracht dwars door Alaska van noord naar zuid, op de mountainbike, te voet en per kano)
-Groenlandse ijskap (39 dagen op ski’s, ook samen met Frank)
-Wildernistochten per kano (met Frank samen) over de South Nahanni en de Yukon River in Canada; over de Alatna River, Tatshenshini en Alsek River in Alaska; Kaitum Elva in Zweeds Lapland.
-Solo in 40 dagen van kust naar kust te voet over IJsland
Dat het niet altijd ver weg hoeft te zijn, dat je avontuur ook veel dichterbij huis kunt beleven, laat mijn 2000 km trailrun dwars door de Britse fells zien.
Avontuur maak je zelf, door de gebaande paden te verlaten en niet aan het handje van reis-organisaties te gaan. Het hoeft echt geen bakken met geld te kosten. Zo maakten Frank en ik afgelopen winter onze eigen houten ski’s uit een boom en trokken vervolgens daarop door de bergen van Dovrefjell in Noorwegen.

Welke dagrugzak gebruik je en wat is daar fijn aan?
Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik een sponsor heb voor prachtige buitensportmaterialen (Bergans of Norway) dus ik heb een heel scala aan rugzakken ter beschikking. Voor bergwandeltochten van een week gebruik ik graag mijn Glittertind rugzak vanwege het flexibele draagstel dat veel bewegingsvrijheid geeft.

Welke kleding gebruik je?
Voor buitensport in het algemeen dus alles van Bergans. Ik hou erg van de mix met wol, daarin heeft Bergans een enorme variatie. Ook vind ik hun eigen waterdichte stof – Dermizax – stukken beter in gebruik dan het alom geprezen Goretex, omdat het veel meer stretch is en veel beter ademt.

En dan buiten slapen?
Als het even kan wel ja. Buiten in een tentje (of bivakzak of onder een zeiltje) blijf je veel meer deelgenoot van de natuur. Daarvoor doe ik het. Dat gevoel heb ik bij regelmaat nodig. Hier in onze aangenaam luxe wereld lijkt het alsof we geen deel meer uitmaken van de natuur – wij geven de natuur zelf vorm en de natuur is er hooguit voor onze lol, voor de sport, voor het geld. Maar daarbuiten ben ik vaak volledig van de natuur afhankelijk, dan vormt de natuur mij. Dat vind ik een belangrijke ervaring.

De keuken?
Bij zeer minimalistische tochten (zoals met 8 kg uitrusting 48 dagen wildkameren & trailrunnen door Groot-Brittannië) neem ik een 60gr wegend titanium brandertje mee (Pocket Stove) waarin ik zowel een Esbit blokje kan schuiven als een handvol droge takjes. Dan kook ik op een titanium mokpannetje waaruit ik ook drink en eet. Ideaal lichtgewicht. Maar natuurlijk hoeft het lang niet altijd zo minimalistisch. Dat is bijvoorbeeld het mooie van kanotochten: dan kan er veel meer mee. Behalve koken op houtvuur en het daarbij behorende koffieketeltje (ooit in Scandinavië gekocht en sindsdien mijn lievelingsuitrustingsstuk), gaat er dan of een benzine- of een gasbrander mee. Ik moet zeggen, sinds Jetboil met zulke zuinige systemen op de markt is, ben ik erg van gas gecharmeerd. We hadden zelfs afgelopen winter in Noorwegen voor het eerst een gasbrander mee om sneeuw te smelten (de Jetboil Joule) en dat beviel meer dan uitstekend: omdat je niet apart hoeft voor te verwarmen, verbruik je minder brandstof en je kunt veel vaker zomaar even (voor 1 kopje) de brander aansteken.

Wat moet er altijd mee?
Iets om te schrijven en om te fotograferen/filmen. In 2000, toen ik mijn vaste baan in het onderwijs eraan gaf voor dit avontuurlijke én onzekere leven, dacht ik nog dat schrijven en fotograferen voor mij een manier was om buiten te kunnen zijn – een middel voor een ander doel. Dat bleek niet het geval. Ik kwam er al snel achter dat schrijven en fotograferen mijn doel zijn. Het vast kunnen leggen om dan later op mijn manier te kunnen delen, geeft voor mij zin aan wat ik doe.

Tips voor beginnende avonturiers?
Neem de tijd om dingen te leren, om ervaringen op te doen. Ik krijg soms vragen van mensen die zonder enige ervaring grootse avonturen willen aangaan. Daar zijn geen hapklare antwoorden voor, zelfs boeken volstaan niet. Ervaring moet je zelf opdoen, met vallen en opstaan leren en je eigen maken. Ik heb eerst verschillende cursussen gevolgd (ijswaterval klimmen, gletsjerspleet redding, EHBO, off piste telemarken, wildwater kanocursussen), ging vervolgens regelmatig met meer ervaren personen mee op tocht en zo ontstond geleidelijk de ervaring en het bijbehorende zelfvertrouwen om ook alleen op pad te kunnen.

Wat is je absolute favoriete item?
Zoals al eerder beschreven: mijn kleine koffiepruttelketeltje en daar hoort dan nog zo’n heerlijk zacht leren tasje bij waarin de losse kookkoffie gaat. Dat setje bundelt de kern van buitenzijn: inspiratie opdoen, rust en genieten.

Vraag van Jolanda aan zichzelf?
Dé vraag van dit moment aan mijzelf is: hoe houd ik de balans om alles wat ik graag wil doen op een evenwichtige en toch intense manier te doen? Ik ben met zoveel dingen bezig, het voelt vaak alsof ik zo’n circusmannetje ben die met zijn twee handen twintig bordjes op van die stokjes draaiend houdt. Begrijp me goed: stuk voor stuk volledig zelfgekozen projecten, die ik met hart en ziel wil uitvoeren. Alleen soms niet eenvoudig om te combineren. Op dit moment bijvoorbeeld ben ik in de laatste aanloopfase naar de Marathon des Sables, waar ik voor de derde keer aan deel zal nemen. Het is een fantastische race en uitlopen alleen is natuurlijk al een mooi streven – alleen zo zit ik niet in elkaar: ik vind het dan een extra mooie uitdaging om voorin mee te lopen. Dat betekent maanden van topsport. Daarnaast verschijnt op 2 april mijn boek ‘Niet de race maar de reis’ over die trailrun door de Britse fells en eigenlijk over de innerlijke reis daarvan. Daaromheen werk ik aan een nieuwe serie theaterlezingen over die trailrun End-to-End door Groot-Brittannië (eind mei met Mondiavisueel).