Interview met Gertjan Hooijer

Wie is Gertjan en welke korte en lange avonturen heb je beleefd?
Ik ben iemand die het heerlijk vindt om alleen in de natuur te zijn en daar van te genieten. In m’n jeugd ging ik veel met m’n ouders de bergen in in Zwitserland en Oostenrijk. De laatste jaren ga ik steeds alleen met de auto naar Noorwegen. Ik neem heel veel eten mee zodat ik zo min mogelijk boodschappen hoef te doen. Op de bonnefooi trek ik dan rond. Meestal wel met een van tevoren bedacht globaal plan, maar daar wordt net zo makkelijk weer vanaf geweken. Dan krijg ik bijvoorbeeld ineens plannen voor een leuke wandeling in een bepaald gebied en probeer dat in de route in te plannen. Een hele bijzondere tocht  was een wandeling die ik maakte in 2013 naar de top van de berg Glittertind in het Nationaal Park Jotunheimen. Via een gruisweg (afslag richting Glitterheim op weg 51) moest ik eerst met de auto naar een parkeerplaats. Daar kon ik een fiets pakken om naar de hut Glitterheim te fietsen. Daar kon de huur voor de fiets betaald worden.


In Glitterheim startte ik de wandeling naar de Glittertind. Het is de één na hoogste berg van Noorwegen. Galdhøpiggen is nog iets hoger. Op de top van de Glittertind ligt een gletsjer, maar deze is relatief veilig zonder gids te bewandelen. Het is een groot sneeuwdek waaronder het ijs verstopt zit. Naar boven is een pittige tocht, maar het uitzicht vanaf de top is adembenemend. Ik had schitterend weer. Alleen stond er wel heel veel wind. Dat was zo apart. Het leek of de wind een aan/uit schakelaar had. Zo uit het niets stond er een heel harde wind en die was plots ook weer verdwenen. Aan het eind van zo’n dag wandelen ben ik heel erg moe, maar wat een voldoening geeft het. Met m’n diabetes type 1 is het een extra uitdaging. M’n bloedsuiker moet ik tijdens een tocht geregeld controleren.
In 2014 ging het moeizaam tijdens wandeltochten in Noorwegen. Vermoeidheid eiste z’n tol. Tijdens twee tochten ben ik misselijk geweest in de bergen. Zo wilde ik ook eens wildkamperen tijdens een wandeling in de bergen. Wildkamperen deed ik al met de auto aan m’n zijde, maar zo vrij met de rugzak in de bergen leek me toch even een extra dimensie. Ik dacht het eens uit te gaan proberen nabij de Preikestolen. Dat is een rots die 605 meter boven het Lysefjord uittorent. De tocht had ik het jaar ervoor al met een lichtere rugzak gedaan. Dat ging toen vlotjes, want in anderhalf uur was ik er al. Nu ging het moeizaam met de veel zwaardere rugzak. Waarschijnlijk had ik de rugzak niet goed geladen, want het ding ‘knotste’ alle kanten op op m’n rug en zat niet comfortabel. Ik had te weinig water mee, want ik wil dat wel uit de bergen te halen. Helaas is nabij Preikestolen te weinig water voorhanden. Alleen wat ondiepe poeltjes. Dat werd ’s nachts een drama in de tent op de berg, want ik werd misselijk. Uit de ondiepe poeltjes had ik maar wat water gekookt om toch wat te drinken te hebben. Dat smaakte heel vies. De dag erop ben ik met van toeristen gekregen water weer beneden gekomen. Onderweg steeds overgeven van ellende. Het was wel even een leermomentje voor me. De rugzak moet beter zitten en ik moet meer water meenemen.
Het was niet fijn, maar toch kriebelt het wel om nog eens in de bergen te slapen en de tent mee te nemen in de rugzak. Ik moet het alleen wat handiger aanpakken. Ik sleep ook een vracht aan cameraspullen mee de berg op en dat maakt het er ook niet lichter op.
Wat een ander bijzonder avontuur is, is het zien van muskusossen in Noorwegen in het Nationaal park Dovrefjell-Sunndalsfjella. Ik had gedacht via een gruisweg het gebied in te rijden, maar dat bleek helaas alleen voor de bus naar Snøheim toegankelijk. Ik ben toen te voet het gebied in gegaan via de gruisweg, want ik had begrepen dat er na ongeveer een uur lopen muskusossen waren. Gelukkig heb ik ze gevonden. Ik was gewaarschuwd voor moeders met jongen. Er was een moeder-os met jong. Ik hield goed afstand, maar moeder kwam steeds dichterbij. Ik ging snel een talud op en keek om. Toen stond moeder muskusos op 5 meter afstand achter me. Dat was een avontuur op zich. Gelukkig heb ik het overleefd.

Welke dagrugzak gebruik je en wat is daar fijn aan?
Voor dagtochten in de bergen gebruik ik de Deuter Spectro ac24. Deze is groot genoeg om wat extra kleding, water en eten mee te nemen. Vaak moet ik wel een jas of vest aan de zijkant onder een bandje proppen.

Welke kleding gebruik je?
Niets speciaals. Gewoon korte broek en t-shirt en bij slecht weer een lange broek. Ik heb geen speciale outdoor-kleding aangeschaft.

En dan buiten slapen?
Ja, maar wel met de bescherming van een tent. Echt vrij in de bergen slaap ik op een slaapmat. Dat vind ik wel hard voor m’n rug. Als ik op campings slaap en wild kampeer (met de auto bij de hand), dan slaap ik op een zelfopblaasbare slaapmat. Dat ligt een stuk comfortabeler.
Voor in de rugzak heb ik een tent met tentstokken en voor op campings en langs de weg (wild kamperen) heb ik een werptent. De werptent zet zo makkelijk en snel op.

De keuken?
Een gastankje met een dubbelpits brander erop. Als ik de bergen intrek met de rugzak: een klein gasbrandertje.

Wat moet er altijd mee?
Regenkleding, want er is niets zo veranderlijk als het weer in Noorwegen. Toch probeer ik m’n dagen wel in te plannen met goed weer. Ik ga geen zware tocht ondernemen als de verwachtingen slecht zijn.

Tips voor beginnende avonturiers?
Houd het weer in de gaten. Ga niet op pad in de bergen als er te slecht weer te verwachten is. Met onweer in de bergen is niet fijn. Ik heb het wel eens meegemaakt.

Wat is je absolute favoriete item?
M’n fotocamera. Zonder fotocamera geen reis. Ik leg alles graag vast. Wel een heel gesjouw in de bergen.

Vraag van Gertjan aan zichzelf? Ben ik een beetje gek om alleen op reis te gaan? Ja, een beetje wel, maar ja…. Als je geen reisgenoot hebt en het avonturiersbloed stroomt door je aderen, dan ga je wel!