Interview met Adèle Peters

Wie is Adèle en welke korte en lange avonturen heb je beleefd? Ik ben Adèle Peters, 43 jaar, sinds 1998 verliefd op de bergen. Ik ben eigenaar van ‘Verleg je grens’. Ik organiseer trailrunreizen, wandelreizen en trailrun-trainingen. Daarnaast coach ik mensen die gezonder of sportiever willen leven (leefstijlcoaching).

Onbeklommen bergen in China heb ik als eerste beklommen. Ik heb prachtige 4000-ers beklommen in de Alpen. IJskoude toerski-, sneeuwschoen- en toerlanglauftochten heb ik gemaakt, de allermooiste rugzaktrektochten in Azië, Afrika en Zuid-Amerika gelopen, op 7000-meter hoogte getoerskied en diverse uitdagende ultratrails gelopen in de bergen (trailrunning).

Mijn meest gedenkwaardige avonturen zijn echter de meerdaagse solo-bergtochten die ik zelf bedacht heb. Ik zie een bergketen op een kaart en dan begint mijn fantasie te werken. Kan ik daar overheen traverseren, van oost naar west? Ik ga op internet informatie zoeken. Hoe minder informatie ik vind, hoe geschikter de tocht! Ik wil voor mijn avonturen liever geen GR, geen markeringen, geen beschreven route, geen hutten, zo min mogelijk wandelpaden. De leegte, de stilte en de ruige natuur trekt me. Als mijn fantasie-tocht mislukt, omdat de route te moeilijk is, dan is mijn missie toch geslaagd. Ik heb de moed gehad om erheen te gaan, in m’n eentje, ik heb weer een mooi avontuur beleefd. Gewoon gaan en beleven, ja, dat is ook mijn motto!

Welke dagrugzak gebruik je en wat is daar fijn aan?
Mijn dagrugzak is een klein trailrunrugzakje, Nathan Vaporshape, met ongeveer 10 liter inhoud. Ik vind het niet de perfecte dagrugzak, ik krijg soms schuurplekken, maar de perfecte dagrugzak heb ik nog niet ontdekt. Ik doe mijn dagtochten meestal trailrunnend, dus lichtgewicht en snel. Het is best efficiënt om een trektocht, die officieel 4 dagen wandelen is, binnen 1 dag af te leggen. Niet dat ik haast heb, hoor. Ik neem gewoon de tijd om onderweg van het uitzicht te genieten en foto’s te maken.

Voor meerdaagse tochten gebruik ik de Raidlight runner 30 liter of Raidlight Olmo 20 liter.

Welke kleding gebruik je?
Ik loop het liefst in hardloopkleding: lange tight, thermoshirt, skipully, lichtgewicht regenjasje, lichtgewicht regenbroek, buff. Het merk maakt me niet zoveel uit. Mijn schoenen zijn meestal van Salomon, zoals de XA pro 3D gtx. Bij meerdaagse tochten wandel ik bergop, en bovendien wandel ik in heel technisch terrein, dus dan ziet het er vast heel raar uit dat ik daar in m’n hardloopoutfit wandel. Maar ik draag gewoon wat ik fijn en praktisch vind, ik hoef er niet leuk uit te zien in de bergen (ik kom meestal toch niemand tegen, haha).

En dan buiten slapen?
Ik voel me veiliger in een tent dan onder een tarp. Dat geeft betere bescherming tegen beestjes, wind en water. Mijn tent is de Skyscrape-X van Six Moon Design. Weegt nog geen 500 gram! Hij heeft al een paar stormen overleefd, dus het is een behoorlijk stevige tent, ondanks het lage gewicht. Dit is mijn beste aankoop van de afgelopen 10 jaar!

De keuken?
Ik kies bij meerdaagse tochten voor ultralichtgewicht. Ik kook daarom met Esbit blokjes en heb een titanium houdertje van 11 gram. Als beginnende avonturiers mij om advies zouden vragen, dan zal ik geen Esbit adviseren. Je kunt niet binnen in je tent koken, want de gassen zijn giftig. In een storm krijg je zo’n blokje buiten niet aan, dus dan heb je wel eens geen warm eten en geen thee. Ik kan daarmee leven. Maar iemand anders denkt misschien: “Gekkenwerk, dat heeft toch niks meer met vakantie vieren te maken?”

Wat moet er altijd mee?
GPS horloge Suunto Ambit3 Peak. Ik zet mijn routes altijd in de GPS, want daarmee navigeer ik sneller. Ik kan goed kaartlezen, maar in de wind vind ik een flapperende kaart om m’n nek irritant. Als ik de kaart weg stop in de rugzak, dan kost het navigeren me te veel tijd. Dus de GPS is erg handig. Op meerdaagse tochten gaat er bovendien een klein zonnepaneeltje mee, om de GPS op te laden. Dat is eigenlijk tegen mijn principes van minimalistisch ultralichtgewicht, maar ja, die Suunto is gewoon een leuk speeltje en de oplader hoort daar nou eenmaal bij.

Tips voor beginnende avonturiers?
Begin klein, met een weekend, bij jou in de buurt. Bijvoorbeeld met overnachten op een paalkampeerplaats. Er is in Nederland en België genoeg te beleven, dus je hoeft niet te wachten tot die ene grote vakantie. Test je spullen goed uit, voordat je de wildernis in trekt. Bouw je tochten langzaam op in lengte en in moeilijkheidsgraad. Als je een tocht in de bergen gaat maken, is raadzaam om in Zuid-Limburg of Ardennen te oefenen, zodat je al wat hoogtemeters in de benen hebt.

Ik verbaas me er soms over dat beginnende avonturiers op forums kant-en-klare antwoorden proberen te vinden. Ze vragen in het wilde weg: “Welke meerdaagse tocht is het mooiste en welk land of gebied zal ik kiezen?” Ik vind dat raar. Je weet toch zelf het beste wat jou aanspreekt? Kies daarin je eigen weg en ga vooral niet daarheen waar iedereen al heen gaat.

Vraag van Adèle aan zichzelf?
Waarom kies je voor avontuur, met alle risico’s van dien, als je ook veilig achter de geraniums kunt zitten?

Ik ben voorzichtig, neem geen onnodige risico’s, doe geen al te moeilijke routes. Bij enige twijfel draai ik om. Ik denk dan aan mijn man die thuis op me wacht. Dat maakt de keuze soms net iets makkelijker. Maar toch trekken de bergen me aan als een magneet, toch plan ik minimaal 1x per jaar een avontuur dat van de paden af gaat. Ik had voor het simpele pad door het dal kunnen kiezen, maar ik kies toch weer voor de klautervariant hoog over de graat. Ik wil mezelf uitdagen, zodat ik helemaal op scherp sta. Op zo’n moment ervaar ik heel bewust iedere stap die ik zet, iedere beweging die ik maak. Dan geniet ik intens. Ja, dan heb ik het gevoel dat ik leef!