Interview met Michiel Panhuysen

Wie is Michiel Panhuysen
Ik schrijf boeken en woon half in Den Haag, half in België, nabij de Franse grens.

Welke korte en lange avonturen heb je beleefd?

Korter
Samen met anderen, waaronder Gideon Zadoks, heb ik de afgelopen jaren een paar interessante alpiene doorsteken gemaakt. Het doel daarbij is meestal om de geplande afstand (>100km) zo snel mogelijk af te leggen, in ‘ultratrail’ stijl: hardlopend waar mogelijk. Bij dit soort rondjes (Appelboor, Bück dich Bivvy, Cavalls del Vent) is het onze bedoeling om zo weinig mogelijk tijd te verliezen aan slapen; tent of slaapzak hebben we niet bij ons. Wel ontdekten we soms het comfort van bivakhutjes, waarin we een paar uurtjes op betere tijden wachtten. In noodgevallen is een alu noodbivakzakje ook wel fijn.

Tegenwoordig loop ik veel. Meestal in wedstrijdverband langere afstanden. Vroeger moest ik niets van lopen hebben. Wandelen en hardlopen was voor mensen die oud en versleten zijn, dacht ik. Dat moment nadert met rasse schreden, misschien is het al aangebroken. Vroeger klom ik vooral. Een boeiende periode daarbij was de tijd dat ik me met Dirk Jan voorbereidde op het beklimmen van de verkeerstoren van Schiphol, om daar een spandoek op te hangen. We beklommen uiteindelijk de 60 m hoge betonwand via de bliksemafleider en DJ boorde met een accuboor gaten voor boorhaken, deels van eigen makelij. We dachten dat we hier ‘unclimbed territory’ gingen betreden, maar kwamen onderweg een tag van ‘Rara’ tegen. Ouderwets anarchistisch polderterrorisme.

Langer
Meestal zijn die rondjes na twee nachten wel klaar, dat is redelijk te overzien qua slaap. In 2015 liep ik met Renske en Ernst Jan de PTL. Daar waren we zes etmaal mee bezig. De PTL is een langere race in de bergen, die hier en daar wordt ondersteund. Je komt er een paar hutten tegen waar je af en toe een uurtje kunt slapen. We waren hier 138 uur onderweg. Daarvan sliepen we een uur of acht.

Ik zie mezelf niet als avonturier. Meer als onderzoeker van grenzen van mentale kracht.

Welke dagrugzak gebruik je en wat is daar fijn aan?
OMM 25, geloof ik. Alles past erin. Ik ben niet zo’n materiaal freak. Zolang zo’n zak een beetje om je schouders blijft hangen is het prima. Aan de buitenkant van die OMM zijn een soort vangnetten bevestigd. Daarmee kun je de externe inhoud van de zak schiereindeloos uitbreiden.

Welke kleding gebruik je?
Ik hecht niet zo heel veel waarde aan kleding. Een soort renbroek en een shirt zijn prima. In de bergen is een goede regenjas wel prettig. Voor 80 euro koop je die bij Decathlon, van goretex met capuchon. Voor twee tientjes hebben ze ook prima regenbroeken in alle goedkope sportsupermarkten. Regenkleding houdt je een beetje warm als het echt begint te spoken en je kunt er ook in slapen als het moet. Tegenwoordig heb ik ook altijd handschoenen bij me. Liefst handschoenen die als het hard regent ook nog een beetje warm zijn. Als iemand weet waar die goedkoop te scoren zijn houd ik me aanbevolen. Een synthetische onderbroek completeert mijn outfit.

En dan buiten slapen?
Slapen alleen als het echt niet anders kan. Dat is altijd gedoe. Kamperen is niet mijn grootste hobby. Die bivakhutjes in Noord- Italië zijn echt perfect. Ook is het redelijk slapen in stallen of half ingestorte huizen. Maar slapen kost altijd veel tijd. Powernaps zijn prima te doen als het droog is buiten. Als ik echt moe ben val ik op of naast het pad in slaap, als ik even ga liggen.

De keuken?
‘De keuken’ klinkt wel luxe. Afgelopen jaar begon het buiten koken in Spanje met Markley op een houtvuurtje om sneeuw te smelten voor een miesoepje. Een vuurtje is meestal wel te organiseren. Later kwam Gideon met zijn DIY Esbittbrandertje, en Renske en Ernst jan met hun gasbrander. Vroeger werkten we altijd met bezinebranders. Maar dat wordt regelmatig een stinkbende in  je rugzak. Hoewel ik nog steeds met veel plezier aan dat turbogeluid van een oude Optimus terugdenk.

Wat moet er altijd mee?
Geld.
Meestal gaat er op die tochtjes een touw  en pickel mee, om te dealen met gletsjers. Altijd gaan er een paar stijgijzers mee. Sinds afgelopen jaar gaat er ook een brander mee. Een homemade esbitt-brander van Gideon (een tonijnblik met gaten voor extra zuurstof) of een superdeluxe gasbrander van Ernst jan en Renske (in de PTL).

Maar eerlijk is eerlijk: ik ben geen avonturier. Want na een nachtje zonder slaap kan ik stevig  genieten van een bord rösti met spek in een Zwitserse berghut. De Zwitsers geven je nog geen droog stuk brood als je niet betaalt. Daarom heb ik altijd geld bij me. Geld is onmisbaar, tijdens onze uitstapjes.

O ja en een onderbroek van kunststof is ook wel erg prettig tegen schuren als de boel nat is geworden.

Tips voor beginnende avonturiers?
Ontdek het zelf een beetje. Kopieer dingen die je ziet bij anderen. Probeer van alles uit. Maak dingen als brandertjes of eten eens zelf. Er zijn goedkope opties voor dure vriesdroogmaaltijden(couscous met sardines bijvoorbeeld). Ben creatief. Je vindt vaak een hoop dingen onderweg, die prima te gebruiken zijn. Stukken hout, plastic zeiltjes, een lege koeienstal, bosbessen, paddenstoelen…

Wat is je absolute favoriete item?
Creditcard.

Vraag van Michiel aan zichzelf?
Waarom doe je dit eigenlijk allemaal? Goh, goede vraag. Er wordt aan een antwoord gewerkt.